ECLI:NL:RBMNE:2021:2691
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugvordering bijstand na matiging
Eiseres ontving bijstand van juni 2018 tot juni 2020. Verweerder trok de uitkering per 10 februari 2020 in vanwege hogere inkomsten en vorderde een terugbetaling van te veel ontvangen bijstand over de periode februari tot juni 2020. Na bezwaar en overlegging van loonstroken matigde verweerder de terugvordering van €4.857,58 naar €3.788,65.
Eiseres stelde beroep in tegen de terugvordering, stellende dat zij recht had op aanvullende bijstand in februari, mei en juni 2020. Tijdens de zitting gaf haar gemachtigde aan dat de gematigde terugvordering juist is en dat er geen beroepsgronden meer zijn. De rechtbank constateert dat verweerder volledig aan eiseres tegemoet is gekomen.
Daarom oordeelt de rechtbank dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij haar beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd omdat de gegevens die tot matiging leidden pas in beroep zijn aangeleverd.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de terugvordering is gematigd en geen beroepsgronden meer worden aangevoerd.