ECLI:NL:RBMNE:2021:2633
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onvoldoende inzicht levensonderhoud
Eiseres ontving bijstand over de periode van 1 april 2019 tot en met 30 september 2019. Verweerder trok het recht op bijstand in en vorderde terugbetaling wegens schending van de inlichtingenplicht, omdat eiseres niet had gemeld dat zij samenwoonde met een ander en niet inzichtelijk had gemaakt hoe zij in haar levensonderhoud voorzag.
De rechtbank oordeelde dat eiseres voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij voldeed aan de Nibud-norm voor levensonderhoud, mede door haar uitgaven in de horeca mee te rekenen. Hierdoor was het intrekken van de bijstand op dat punt onterecht. Wel was eiseres in gebreke gebleven door niet te melden dat zij van 1 april tot 1 augustus 2019 samenwoonde met een ander, wat een schending van de inlichtingenplicht opleverde.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit gedeeltelijk en beval een nieuw besluit te nemen, wees het beroep verder af, veroordeelde verweerder in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan eiseres wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard en het bestreden besluit deels vernietigd wegens onterecht intrekken van bijstand op grond van onvoldoende inzicht in levensonderhoud.