Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de burgemeester van de gemeente Woerden, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd.
Door een wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Woerden 2015 (APV) zijn de vergunde openingstijden voor het weekend ten tijde van het bestreden besluit: van 13:00 uur tot 02:00 uur.
Hoewel eiser ten tijde van de zitting al langere tijd geen geluidsoverlast meer ervaart door de met de coronacrisis verband houdende horecasluiting, heeft hij in het verleden vaak overlast ervaren van de vergunninghouder en daar meerdere keren melding van gemaakt bij verweerder. Aan de exploitatievergunning had verweerder daarom volgens eiser beperkingen moeten verbinden.
Wat is het wettelijk kader voor de beoordeling van de zaak?
openingstijdenvan paracommerciële horeca te verruimen ten opzichte van voorheen.
Hoewel de rechtbank het met eiser eens is dat verweerder bevoegd is om ‘scherpere’ openingstijden te formuleren dan de ‘schenktijden’ uit dit artikel, geldt dat verweerder ook bevoegd is om dat níet te doen. Door eiser is geen beroepsgrond aangevoerd die (enkel) betrekking heeft op de schenktijden van [vergunninghouder] . Eiser heeft gesteld dat verweerder op grond van artikel 2:34b van de APV bij de belangenafweging of hij een exploitatievergunning al dan niet verleent (dan wel onder welke voorwaarden) rekening moet houden met de statutaire doeleinden van de jeugdsociëteit. Dit berust naar het oordeel van de rechtbank op een onjuiste lezing van dit artikel.
Van onjuiste toepassing van artikel 2:34b van de APV, voor zover door eiser gesteld, is de rechtbank niet gebleken.
Openstelling doordeweeks (zondag-donderdag)
Verder blijkt uit het dossier dat [vergunninghouder] in het verleden doordeweeks alleen op woensdagavond geopend was. Partijen zijn het niet eens over de exacte mate van overlast, en de overlastfrequentie, op dagen waarop [vergunninghouder] geopend was. Partijen zijn er wel over eens dat er op die dagen in het verleden meerdere malen overlast heeft plaatsgevonden, die onder andere bestond uit geluidsoverlast door muziek en schreeuwende (dronken) bezoekers buiten.
ruimeredoordeweekse openstelling tot meer overlast zou kunnen leiden. Verweerder moest dit betrekken bij de vraag of naar zijn oordeel de openbare orde gevaar loopt of het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf door de aanwezigheid van het horecabedrijf nadelig wordt beïnvloed wanneer [vergunninghouder] op alle doordeweekse dagen geopend zou zijn. Verweerder heeft dit ten onrechte niet (volledig) bij de belangenafweging betrokken. In zoverre is het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid.
Openingstijden in het weekend (vrijdag-zaterdag) en aanvullende voorschriften
schenktijdenvoor paracommerciële rechtspersonen naar 02:00 uur uit te breiden en heeft in redelijkheid kunnen besluiten om voor de vaststelling van de openingstijden hierbij aan te sluiten.
De rechtbank stelt verder vast dat verweerder met het oog op het voorkomen van overlast aanvullende voorschriften, onder andere in de vorm van het door vergunninghouder opgestelde ‘overlast- en regelgevingsbeleid heeft verbonden’ aan de exploitatievergunning. De rechtbank is van oordeel dat verweerder deze voorwaarden in redelijkheid aan de vergunning heeft kunnen verbinden om het belang van een goed woon- en leefklimaat te beschermen. Eiser heeft er op basis van ervaringen in het verleden nog geen vertrouwen in dat de overlast hiermee voldoende wordt beperkt, maar eiser heeft geen concrete aanknopingspunten gegeven waarom met deze (nieuwe) voorwaarden – waarvan verweerder aankondigt bij overtreding tot handhaving te zullen overgaan – onvoldoende bescherming wordt geboden.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verweerder op dit punt van het advies van de Commissie heeft kunnen afwijken. De beroepsgrond slaagt niet.
Raad van toezicht
voorlopigook zoals ze zijn vergund door verweerder in het primaire besluit, totdat verweerder een nieuw besluit op bezwaar heeft genomen over dit onderwerp. Verweerder moet zich opnieuw beraden op de openingstijden voor die dagen en beter uitleggen welke openingstijden hij passend vindt. De uitkomst daarvan kan bijvoorbeeld zijn dat [vergunninghouder] niet meer op alle doordeweekse dagen geopend mag zijn, of gedurende minder uren, maar de uitkomst kan ook zijn dat de openingstijden blijven zoals verweerder had vergund.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover het betrekking heeft op de openingstijden op zondag tot en met donderdag en laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit voor het overige in stand;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiser ten aanzien van de openingstijden op zondag tot en met donderdag met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.068,-.