Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 januari 2021 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker(gemachtigde: mr. L.A.M. van der Geld),
(gemachtigde: R.W. van Manen).
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker heeft een urgentieverklaring aangevraagd die door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum is afgewezen. Tegen dit primaire besluit is bezwaar gemaakt en verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om tijdens de bezwaarprocedure een spoedige beslissing te verkrijgen.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft, aangezien de ontruiming van de woning pas op 30 april 2021 gepland staat en de bezwaarprocedure binnen de wettelijke termijn van zes weken kan worden afgerond. Daarnaast is niet evident dat het bestreden besluit onrechtmatig is, zodat er geen grond is voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Op grond van deze overwegingen wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatigheid.