ECLI:NL:RBMNE:2021:2509
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht voor het belastingjaar 2020, die door verweerder op €270.000 is vastgesteld met waardepeildatum 1 januari 2019. Eiser betoogde dat de waarde te hoog is en stelde een lagere waarde van €225.000 voor, onder meer op basis van de WOZ-waarden van buurwoningen en de enorme stijging ten opzichte van de vorige waardepeildatum.
De rechtbank overwoog dat de WOZ-waarde de prijs in het economisch verkeer betreft en jaarlijks opnieuw moet worden vastgesteld op basis van verkoopcijfers van vergelijkbare woningen. De vergelijking met eerdere WOZ-waarden of buurwoningen is daarom niet geschikt als maatstaf. Verweerder heeft het eigen aankoopcijfer van de woning als uitgangspunt genomen, gecorrigeerd naar de waardepeildatum, wat de rechtbank als een juiste methode beoordeelde.
Eiser heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld die de marktconforme waardering zouden kunnen beïnvloeden. De rechtbank concludeerde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €270.000 wordt ongegrond verklaard.