ECLI:NL:RBMNE:2021:2346
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet aangetoond gebrek aan beschikking over banktegoeden
Eiseres diende een aanvraag voor bijstand in, welke door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht werd afgewezen omdat zij beschikte over een vermogen van €65.000,- op verschillende bankrekeningen. Eiseres stelde dat het geld niet volledig van haar was, maar uit een erfenis kwam die zij moest delen met haar broers, en dat zij het geld nodig had voor levensonderhoud.
De rechtbank overwoog dat eiseres de vooronderstelling dat zij over het geld kon beschikken niet had weerlegd met objectieve en verifieerbare gegevens. Zij had onvoldoende aangetoond dat zij het deel van haar broers nog moest overdragen of dat er een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting bestond. De rechtbank verwees naar vaste rechtspraak dat schulden alleen in aanmerking worden genomen als het bestaan en de terugbetalingsverplichting voldoende aannemelijk zijn gemaakt.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de bijstandsaanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard.