ECLI:NL:RBMNE:2021:2333

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 april 2021
Publicatiedatum
2 juni 2021
Zaaknummer
UTR 20/4289
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn WIA-uitkering

Verzoeker is op 18 november 2020 in beroep gegaan omdat verweerder niet tijdig had beslist op zijn verzoek om correctie van zijn WIA-uitkering. Verweerder heeft alsnog op 15 januari 2021 een beslissing genomen, waarna verzoeker het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.

De rechtbank overweegt dat verweerder heeft voldaan aan het verzoek van verzoeker, maar dat de overschrijding van de beslistermijn proceskostenveroordeling rechtvaardigt. Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen betaling van de proceskosten.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op €267,-, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5 vanwege het beperkte geschilpunt. Daarnaast moet verweerder het griffierecht aan verzoeker vergoeden. De uitspraak is gedaan op 19 april 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €267,- aan proceskosten wegens overschrijding beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/4289

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 april 2021 in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,

(gemachtigde: mr. V.R. Dekker),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 11 februari 2021 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verzoeker is op 18 november 2020 in beroep gegaan, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek duuraanspraak om zijn WIA-uitkering te corrigeren. Verweerder heeft dit op 15 januari 2021 alsnog gedaan. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op
€ 267,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 0,5). Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
5. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:41 Awb Pro
).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 267,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier
.De beslissing is uitgesproken op 19 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.