ECLI:NL:RBMNE:2021:2313
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: UWV moet nieuw besluit nemen over Ziektewet-uitkering na onduidelijke benadelingsbeoordeling
Eiseres was sinds september 2018 in dienst bij een cateringbedrijf en meldde zich op 1 augustus 2019 ziek wegens psychische klachten. Op 19 augustus 2019 diende zij haar ontslag in, terwijl zij ziek was. Het UWV beëindigde daarop haar Ziektewet-uitkering per 31 augustus 2019, omdat zij zelf haar arbeidsovereenkomst had opgezegd, wat volgens het UWV een benadelingshandeling oplevert. Eiseres stelde dat zij door haar psychische toestand niet in staat was de gevolgen van haar ontslag te overzien en dat haar werkgever onvoldoende zorgplicht had betracht.
De rechtbank stelde vast dat eiseres ziek was op het moment van ontslag en dat het UWV in principe een maatregel mag opleggen bij benadelingshandelingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had echter nagelaten te beoordelen of de benadelingshandeling in overwegende mate aan eiseres kon worden verweten. Ook had de arts onvoldoende rekening gehouden met de psychische toestand van eiseres en de zorgplicht van de werkgever. Daarom was het onderzoek onvolledig.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval het UWV binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; het UWV moet een nieuw besluit nemen.