ECLI:NL:RBMNE:2021:2311
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na oordeel UWV over arbeidsgeschiktheid
Eiseres werkte als callcenter agent en meldde zich ziek per 17 februari 2020. Haar dienstverband eindigde op 1 juni 2020 waarna zij een Ziektewetuitkering ontving. Op 17 september 2020 concludeerde een arts van het UWV dat zij haar eigen werk weer kon doen, waarna de uitkering werd beëindigd. Eiseres maakte bezwaar en het UWV bevestigde dit besluit na heronderzoek.
Eiseres stelde dat haar psychische klachten, waaronder angst- en paniekstoornissen en een borderline persoonlijkheidsstoornis, haar werk onmogelijk maakten. De rechtbank oordeelde dat het UWV zich mocht baseren op medische rapporten van verzekeringsartsen, die zorgvuldig en zonder tegenstrijdigheden waren opgesteld. Het feit dat eiseres zich later slechter voelde, was niet relevant voor de beoordeling op de peildatum.
De rechtbank volgde de medische beoordeling dat eiseres op 17 september 2020 weliswaar klachten had, maar niet in die mate dat zij haar werk niet kon verrichten. Eiseres had onvoldoende medische onderbouwing geleverd om het tegendeel aannemelijk te maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.