ECLI:NL:RBMNE:2021:2309
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na eindbeslissing rechter in omgangsregeling
Verzoeker diende op 18 mei 2021 een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een zaak over de omgangsregeling met zijn minderjarige kinderen. De wrakingskamer stelde vast dat de rechter al op 14 mei 2021 een mondelinge eindbeslissing had genomen om de schorsing van de omgangsregeling in stand te laten.
Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter alleen worden gewraakt zolang hij nog betrokken is bij de behandeling van de zaak. Na een einduitspraak is wraking niet meer mogelijk omdat de behandeling van de zaak is beëindigd.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoeker niet meer mogelijk was om de rechter te wraken, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek werd achterwege gelaten. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek omdat de rechter al een eindbeslissing had genomen.