Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
(pagina 94 van het dossier). Daarentegen bevat het dossier wel ondersteunend bewijs voor de lezing van aangever. Hoewel tussen de verschillende getuigenverklaringen discrepanties bestaan in de manier waarop verdachte is gevallen – door duwen dan wel trekken – staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat aangever is gevallen door toedoen van verdachte. Nu ook de onafhankelijke getuige [getuige 2] in haar 112-melding verklaart dat zij zag dat verdachte op aangever afstormde en daarna een knal hoorde, is er naar het oordeel van de rechtbank voldoende steunbewijs voor de aangifte en is de rechtbank er ook van overtuigd dat verdachte de ten laste gelegde mishandeling met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft begaan. Dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel volgt uit het feit dat aangever zijn hele leven een chronisch (blijvend) verminderde miltfunctie houdt.
- [slachtoffer 2] ;
- [G] ;
- [getuige 1] .
Gelukkig nieuw jaar he
Het IP adres [IP Address 2001] behoort bij provider Vodafone Ziggo.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 mei 2021;
- een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 27 oktober 2020, met als bijlage screenshots van berichten verstuurd door verdachte, pagina 160 tot en met 185;
- een proces-verbaal ontvangst klacht door hulpofficier van justitie van 31 oktober 2020, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , pagina 193.
- een proces-verbaal van bevindingen van 2 maart 2021, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] , met bijlage, pagina 207 tot en met 210.
- de bekennende verklaring van verdachte in de raadkamer van 22 maart 2021;
- een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 12 maart 2021, met bijlage, pagina 219 tot en met 227;
- een proces-verbaal ontvangst klacht door hulpofficier van justitie van 12 maart 2021, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] , pagina 228.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
bedreiging met verkrachting en enig misdrijf tegen het leven gericht;
telkens: eenvoudige belediging;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 204 dagen;
100 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van twee (2) jaren;
dadelijk uitvoerbaaris;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 3.229,00;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 3.229,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 42 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 583,50;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2021 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 583,50 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 11 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;