ECLI:NL:RBMNE:2021:2282
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens geen dakloosheid met minderjarig kind
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring omdat zij na echtscheiding geen zelfstandige woonruimte heeft en voor 50% co-ouderschap heeft over haar minderjarige zoontje. Het college van burgemeester en wethouders van Almere heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiseres niet voldoet aan het criterium van dreigende dakloosheid met een minderjarig kind zoals gesteld in de Huisvestingsverordening Almere 2019.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet dakloos is met haar kind omdat het hoofdverblijf van het kind bij de vader is ingeschreven in de Basisregistratie personen en eiseres slechts gedeeltelijk zorg draagt. Daarnaast is er geen sprake van huiselijk geweld dat het verblijf in de woning onmogelijk maakt, noch is er een schending van artikel 8 EVRM Pro, aangezien het gezinsleven niet wordt beëindigd en omgang met het kind mogelijk blijft.
Eiseres stelde ook dat er sprake is van bijzondere hardheid, maar de rechtbank acht de aangevoerde omstandigheden onvoldoende om hiervan uit te gaan. De rechtbank wijst erop dat eiseres een nieuwe aanvraag kan indienen met aanvullende bewijsstukken indien er relevante nieuwe omstandigheden zijn.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter K. de Meulder en griffier L.M. Janssens-Kleijn op 23 maart 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.