De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 7 april 2021 de ontnemingsvordering tegen veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor zeven oplichtingen in december 2017. De officier van justitie vorderde ontneming van €26.422,80, maar de rechtbank beperkte dit tot de bewezen feiten en stelde het bedrag vast op €6.210,28.
De rechtbank nam alleen de opbrengsten mee van de zeven bewezen oplichtingen en sloot andere zaken uit wegens onvoldoende bewijs. Daarnaast werden bedragen uitgesloten die niet bij veroordeelde terechtkwamen of al waren terugbetaald aan slachtoffers.
De rechtbank wees de vordering tot ontneming toe voor het vastgestelde bedrag en legde de betalingsverplichting aan veroordeelde op. Tevens werd de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 67 dagen. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.