ECLI:NL:RBMNE:2021:2114
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op afgifte Verklaring Omtrent het Gedrag voor taxichauffeur
Eiser heeft een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd om als taxichauffeur te kunnen werken, maar deze aanvraag werd door de Minister voor Rechtsbescherming afgewezen vanwege meerdere justitiële gegevens binnen de terugkijktermijn van vijf jaar. Deze gegevens betreffen onder meer openstaande zaken en diverse veroordelingen en strafbeschikkingen voor het zonder vergunning aanbieden van taxivervoer, rijden met ingevorderd rijbewijs en overschrijding van de maximumsnelheid.
De rechtbank overweegt dat deze feiten, gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor het verkrijgen van de VOG. Hoewel verweerder rekening houdt met het subjectieve criterium en het tijdsverloop sinds de feiten, weegt het belang van de samenleving zwaarder dan het belang van eiser bij afgifte van de VOG. Eiser heeft aangevoerd dat hij een taxipas en vergunning had en dat de verkeersovertredingen licht waren, maar deze argumenten overtuigen de rechtbank niet.
De rechtbank benadrukt dat de functie van taxichauffeur een zorgplicht inhoudt voor de veiligheid van passagiers en medeweggebruikers, en dat de overtredingen en justitiële antecedenten van eiser dit risico vergroten. Hoewel verweerder begin 2021 alsnog een VOG heeft afgegeven, blijft het belang van eiser bij beoordeling van het beroep bestaan vanwege de periode dat hij niet kon werken. Het beroep wordt inhoudelijk behandeld maar uiteindelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag voor taxichauffeur wordt ongegrond verklaard.