Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
- de ouders van verdachte;
- mw. [A] , reclasseringsmedewerker.
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 mei 2021;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 1 november 2019, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 130;
- een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een conclusie categorisering wapen, doorgenummerde pagina’s 147 -148.
was ik thuis. Ik liep naar buiten met mijn telefoon en begon te filmen. De bestuurder stapte uit en kwam naar ons toe om te zeggen dat ik niet mocht filmen. Direct hierna kwamen er vanaf de andere kant andere jongens aanlopen, waaronder een jongen die mij dwong om de camerabeelden te verwijderen. Toen die jonge naar mij toe kwam, dacht ik dat hij mijn telefoon wilde pakken. Ik werd zenuwachtig omdat hij dichtbij kwam. Hij zei tegen mij dat ik het filmpje moest verwijderen. Hij schold veel met kanker en zei ook kankertrut. [8] Ik had het idee dat hij mij, als ik de beelden niet zou verwijderen, wat aan zou doen. Ik dacht dat, omdat hij zo heftig gebarend op mij af kwam en omdat hij zo dichtbij kwam, maar ook omdat hij zo agressief tegen mij schreeuwde. Hij gaf constanten opdrachten en bevelen. Het leek steeds alsof hij mijn telefoon wilde pakken. Hij was heel dwingend en ik voelde mij hierdoor echt geïntimideerd. Ik verwijderde de beelden omdat ik niet wilde dat er iets mij gebeurde. [9]
toe liep. Ik hoorde dat [B] zei: “Verwijderen ja? Je gaat mij niet lopen filmen.” Ik zag vervolgens dat [verdachte] in beeld verscheen. Ik hoorde dat [verdachte] zei: “Pak die kankertelefoon”. Ik zag dat hij richting [slachtoffer 2] liep en naar haar telefoon wees. Ik zag dat hij zich groot maakte en op [slachtoffer 2] af liep. Ik hoorde dat hij zei: “Nu die kankertelefoon, nu!” Ik zag dat [slachtoffer 2] achteruit deinsde. Ik zag dat [verdachte] en [B] in de tuin van [slachtoffer 2] en [C] liepen. Ik hoorde dat [B] zei: “Verwijderen, verwijdere, verwijderen!” Ik zag dat [slachtoffer 2] zo ver achteruit moest lopen, dat zij tussen haar auto en [verdachte] kwam te staan. Ik hoorde dat [verdachte] zei: “Verwijder die kankervideo he, kankertrut”. Ik hoorde dat [B] nogmaals zei: “Verwijder het dan.” Ik zag en hoorde dat [verdachte] haar constant onderbrak en niet luisterde naar wat [slachtoffer 2] te zeggen had. Ik hoorde dat [slachtoffer 2] uiteindelijk zei: “Ja, ik zal het verwijderen”. Ik hoorde dat [verdachte] haar wederom onderbrak en zei: “nu, nu, nu, ik wil het zien ik wil het zien!” Ik zag dat [slachtoffer 2] aan [verdachte] en [B] liet zien dat de beelden verwijderd waren. [10]
in het algemeendergelijke vrees kan opwekken.
‘Ik maak je dood’en ‘
Jij bent een kankerlijer, tyfeslijer, kankermongool’riep. Verbalisant [verbalisant 1] voelde zich hierdoor bedreigd en beledigd. Uit deze omstandigheden blijkt dat de bedreiging en de beledigingen specifiek gericht waren op verbalisant [verbalisant 1] en de rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsvrouw dat de bedreiging en de beledigingen ongericht zouden zijn. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheden waaronder de bedreiging is geuit en de letterlijke bewoording hiervan van dusdanige aard zijn dat dat er redelijke vrees is ontstaan bij verbalisant [verbalisant 1] . Dat verdachte op dat moment geboeid was doet daaraan niet af, omdat niet vereist is dat verdachte de geuite bedreiging op dat moment ten uitvoering brengt.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl dit feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
handelen in strijd met artikel 26, vijfde lid, van de Wet wapens en munitie;
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- een evaluatie rapportage van [organisatie 1] (hierna: [organisatie 1] ) van 6 juli 2020, opgemaakt door dhr. [D] , [organisatie 1] -medewerker;
- een advies van de Raad van de Kinderbescherming (hierna: RvdK), van 16 april 2021, opgemaakt door mw. [E] , raadsonderzoeker.
- meewerkt aan het reclasseringstoezicht door Reclassering Nederland;
- meewerkt aan het vormgeven van een dagbesteding en zich houdt aan de afspraken hieromtrent;
- zich onder behandeling stelt van [organisatie 2] ;
- meewerkt aan begeleiding vanuit [organisatie 3] .
9.VORDERING TENUITVOERLEGGING
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
jeugddetentie voor de duur van 120 dagen;
73 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijdvast van
2 (twee) jaren;