ECLI:NL:RBMNE:2021:2104
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing terugwerkende kracht buiten beschouwing laten inkomen vader
Eiseres heeft verzocht om bij de vaststelling van haar aanvullende studiebeurs het inkomen van haar vader buiten beschouwing te laten. De minister wees dit verzoek af voor de periode vóór 1 januari 2018, omdat de aanvraag pas op 5 december 2019 werd ingediend en terugwerkende kracht wettelijk beperkt is tot twee jaar.
Eiseres stelde dat haar aanvraag ook een verzoek inhield om terug te komen op een eerder besluit van december 2018, waarbij een soortgelijk verzoek was afgewezen. Zij voerde aan dat zij nieuwe feiten en omstandigheden had aangevoerd die recht geven op terugwerkende kracht over een langere periode.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een herhaalde aanvraag of een expliciet verzoek om terug te komen op het eerdere besluit. De huidige aanvraag was gebaseerd op een andere grondslag (ernstig en structureel conflict) dan de eerdere aanvraag (financiële redenen). Daarom hoefde de minister de aanvraag niet als zodanig te behandelen.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de terugwerkende kracht beperkte tot twee jaar voorafgaand aan de aanvraagdatum en verklaarde het beroep ongegrond. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit van verweerder blijft in stand.