ECLI:NL:RBMNE:2021:1947
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde van twee-onder-een-kapwoning in Utrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiseres de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van haar woning aan een adres te Utrecht, vastgesteld op €369.000 voor het belastingjaar 2019. De waarde is bepaald op basis van de vergelijkingsmethode met referentiewoningen in dezelfde straat, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte en ligging.
Eiseres voerde aan dat de ligging van de woning ongunstiger is dan die van de referentieobjecten, en dat een van de referentieobjecten een lagere bruto inhoud heeft dan door verweerder gesteld. Verweerder heeft ter zitting erkend dat één referentieobject kan worden geschrapt vanwege de bruto inhoud, maar houdt vast aan de overige drie referentieobjecten die de waarde onderbouwen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. De ligging van de woning is slechts matig en is door verweerder adequaat gecompenseerd. De beroepsgronden van eiseres slagen niet, en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €369.000 wordt ongegrond verklaard.