ECLI:NL:RBMNE:2021:1943
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde van woning in Utrecht
De zaak betreft een beroep van een eigenaar tegen de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht voor het belastingjaar 2020, vastgesteld op €913.000. De eigenaar betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €844.000 voor. De gemeente handhaaft de vastgestelde waarde en heeft een taxatiematrix overgelegd ter onderbouwing.
De rechtbank beoordeelt of de gemeente aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet hoger is dan de waarde in het economisch verkeer. De gemeente heeft de waarde bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij rekening is gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen. De taxatiematrix en toelichting ter zitting maken inzichtelijk dat de waardebepaling zorgvuldig is uitgevoerd.
De eigenaar beroept zich op het gelijkheidsbeginsel en verwijst naar vijf referentiewoningen, maar de rechtbank stelt vast dat slechts één van deze woningen als vergelijkingsobject is gebruikt en dat de overige woningen niet nagenoeg identiek zijn vanwege verschillen in kaveloppervlakte en verkoopdatum. De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat de vastgestelde WOZ-waarde van €913.000 niet te hoog is.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €913.000 wordt ongegrond verklaard.