ECLI:NL:RBMNE:2021:1927
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde bovenwoning ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een bovenwoning uit 1903, gelegen aan een adres te een plaats, voor het belastingjaar 2020. Verweerder had de waarde vastgesteld op €465.000,- en een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd. Eiser betwistte onder meer de gebruiksoppervlakte en de keuze van vergelijkingsobjecten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de waarde op juiste wijze heeft bepaald met behulp van een taxatiematrix, waarbij vergelijkingsobjecten van hetzelfde type en uit dezelfde buurt zijn gebruikt. Verweerder heeft de verschillen tussen de woningen voldoende verdisconteerd. De gehanteerde gebruiksoppervlakte van 113 m2 is gebaseerd op de Meetinstructie gebruiksoppervlakte woningen en wordt als juist beschouwd. Het taxatierapport van eiser voldoet niet aan de wettelijke taxatie-instructies.
Verder is de stelling van eiser dat rekening moet worden gehouden met het gebruik van de woning voor studentenverhuur onvoldoende om de waarde aan te passen. Verweerder heeft dit aspect voldoende gewaardeerd. Ook is verweerder niet verplicht om uitsluitend vergelijkingsobjecten uit dezelfde straat te gebruiken. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €465.000,- wordt ongegrond verklaard.