ECLI:NL:RBMNE:2021:188
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard wrakingsverzoek tegen rechter wegens afwijzing getuigenverzoek
De wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland behandelde op 8 januari 2021 een wrakingsverzoek van de verdachte gericht tegen de behandelend rechter in een strafzaak. De verdachte was het niet eens met de afwijzing van twee getuigenverzoeken door de rechter en vreesde daardoor vooringenomenheid.
De rechter had twee van de vier getuigenverzoeken toegewezen en de afwijzing van de overige twee gemotiveerd met het argument dat deze getuigen geen deskundigen waren. De verdachte vond deze motivering onvoldoende en meende dat de rechter niet goed naar hem had geluisterd, wat aanleiding gaf tot het wrakingsverzoek.
De wrakingskamer oordeelde dat een procesbeslissing, zoals het afwijzen van getuigen, op zichzelf geen grond is voor wraking tenzij de motivering zodanig onbegrijpelijk is dat er sprake is van vooringenomenheid. Uit de motivering en de reactie van de rechter op het wrakingsverzoek bleek geen aanwijzing voor persoonlijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en werd de strafprocedure voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en de strafprocedure wordt voortgezet.