ECLI:NL:RBMNE:2021:1879
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit huurtoeslag wegens onvoldoende belangenafweging
Eiseres ontving voor 2019 een voorschot huurtoeslag van €1.612,- op basis van een geschat inkomen van €30.396,-. De Belastingdienst herzag dit naar €0,- op basis van een definitief inkomen van €31.272,- en vorderde het voorschot terug. Eiseres betoogde dat de terugvordering onredelijk en onrechtvaardig was, mede vanwege haar vluchtverleden en inspanningen om zelfvoorzienend te zijn.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst op grond van artikel 26 Awir Pro discretionaire ruimte heeft om terugvorderingen te matigen, mits een belangenafweging wordt gemaakt. Dit was niet gebeurd bij het bestreden besluit, waardoor het onvoldoende gemotiveerd was. De Belastingdienst had in het verweerschrift alsnog een belangenafweging gemaakt en gewezen op het beleid en de terugbetalingsregelingen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens gebrekkige motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de belangenafweging alsnog was verricht. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af omdat eiseres geen beroepsmatig rechtsbijstand had.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende belangenafweging, met in stand blijvende rechtsgevolgen.