In deze bestuursrechtelijke procedure heeft een gemachtigde namens een onbekende eiser beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de Gemeente Gooise Meren. De rechtbank constateert dat het beroepschrift niet voldoet aan de wettelijke eisen, omdat de identiteit van de eiser niet is vermeld.
Volgens vaste rechtspraak en de artikelen 6:5, 6:6, 6:7, 6:11 en 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet de identiteit van degene namens wie beroep wordt ingesteld, voor het verstrijken van de beroepstermijn kenbaar zijn. In deze zaak was de beroepstermijn tot en met 10 februari 2020, maar binnen deze termijn is geen machtiging of andere stukken overgelegd waaruit de identiteit blijkt.
De rechtbank oordeelt dat dit verzuim niet kan worden hersteld en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De zaak wordt niet inhoudelijk behandeld en de uitspraak is gedaan op 8 februari 2021 door rechter R.C. Stijnen.