ECLI:NL:RBMNE:2021:1814
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning na tussentijdse wijziging bouw
Eiser is eigenaar van een woning die op de waardepeildatum 1 januari 2019 nog in aanbouw was. Verweerder stelde de WOZ-waarde voor 2020 vast op €713.000,-, welke na bezwaar werd verlaagd naar €680.000,-. Eiser stelde dat de waarde €514.000,- moest zijn. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de vastgestelde waarde, mede omdat de waardepeildatum niet meer van toepassing is door de tussentijdse wijziging van de woningstatus.
De rechtbank stelt vast dat de bouw in 2019 is gestart en in 2020 is voltooid, waardoor de waarde moet worden vastgesteld naar de toestand op 1 januari 2020. Eiser heeft geen onderbouwing voor zijn lagere waarde geleverd. Omdat geen partij voldoende bewijs heeft geleverd, bepaalt de rechtbank de waarde schattenderwijs op €650.000,- per 1 januari 2020.
De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd, de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd en verweerder wordt opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. Een proceskostenveroordeling wordt niet uitgesproken.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €650.000,- per 1 januari 2020 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.