Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- dat verdachte berichten stuurt naar het telefoonnummer van [slachtoffer 1 (voornaam)] . De inhoud van deze berichten bestaan uit aantijgingen die betrekking hebben op seks, vreemdgaan en social media;
- dat verdachte op 27 mei 2020 hulpinstelling [instelling 1] te [plaatsnaam 2] belt;
- dat verdachte zich op 13 juni 2020 voordoet als de broer van [slachtoffer 1 (voornaam)] en een hulpinstelling te [plaatsnaam 8] belt en dat hij tijdens dit gesprek probeert te achterhalen of [slachtoffer 1 (voornaam)] hier verblijft, door aan te zeggen dat hij een pakketje voor zijn zusje wil opsturen.
(zus van [slachtoffer 1 (voornaam)]) liet mij weten dat zij deze Instagramaccount volgt omdat het lijkt alsof deze van haar zusje [slachtoffer 1 (voornaam)] is. [A (voornaam)] liet mij weten dat haar zusje [slachtoffer 1 (voornaam)] deze Instagramberichten niet heeft kunnen maken omdat zij in de instelling waar zij verblijft geen internettoegang heeft. [A (voornaam)] liet mij verder weten dat zij vermoedt dat [verdachte] deze Instagram account beheert omdat hij volgens haar al eerder fake Instagram accounts heeft aangemaakt van [slachtoffer 1 (voornaam)] en haar
- Hoogwerker, Skyjack Sj III 4626, oranje van kleur, eigenaar [slachtoffer 2] , serienummer [serienummer 1] .
- Graafmachine Kubota Kx016-4 G, eigenaar [slachtoffer 2] , serienummer [serienummer 2] ;
- Graafmachine Yanmar Sv 18, productienummer [productienummer] ;
- Hoogwerker Jlg 2646 ES, serienummer [serienummer 3] ;
,dat ze verdachte oraal
moestdoen en toen heel erg moest braken. Uit het feit dat zij verdachte oraal
moestdoen en toen moest braken leidt de rechtbank af dat er sprake was van dwang.
door het brengen van [slachtoffer 1 (voornaam)] naar een afgelegen plek en door geweldheeft gedwongen om seksuele handelingen te ondergaan tegen haar wil zoals hierna bewezen zal worden verklaard.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] voor de onder 1 en primair onder parketnummer 16.237827-20 tenlastegelegde feiten toe tot een bedrag van € 13.467,85, waarvan € 3.467,85 materiële schade en € 10.000,- immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2020 tot de dag van de algehele voldoening;
- verklaart de vordering voor het overige niet ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij deze vordering kan aanbrengen bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 13.467,85 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 102 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;