ECLI:NL:RBMNE:2021:1768
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 16 april 2021 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen verdachte. In de onderliggende strafzaak werd verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde feit, waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd.
De officier van justitie verzocht ter terechtzitting om afwijzing van de ontnemingsvordering, terwijl de verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden vanwege de vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat ontneming alleen mogelijk is bij een strafrechtelijke veroordeling en dat er geen grondslag bestaat voor de vordering na vrijspraak.
Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer op 30 april 2021 in Utrecht.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming wegens vrijspraak van verdachte.