Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 26 maart 2021;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van het AOT, opgemaakt door verbalisanten MN 361, MN 355 en MN 262, werkzaam bij de Landelijke Eenheid van de politie
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (voorhanden hebben munitie);
- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III (voorhanden hebben vuurwapen).
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
Het Pro Justitia Rapport
Het reclasseringsadvies
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
gevangenisstraf voor de duur van 170 dagen;
30 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat veroordeelde de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;