Eiseres stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar benedenwoning te Utrecht, die door verweerder was vastgesteld op €271.000,- en na bezwaar verlaagd naar €253.000,-. De woning is een in 1913 gebouwde benedenwoning met een oppervlakte van circa 62 m2 en een tuin van ongeveer 30 m2.
Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met referentiewoningen van hetzelfde type, rekening houdend met verschillen in gebruiksoppervlakte, staat van onderhoud en voorzieningen. Eiseres voerde aan dat de staat van onderhoud en de eenvoudige voorzieningen de waarde lager zouden moeten maken, onderbouwd met foto's.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de verschillen in onderhoud en voorzieningen, en dat de taxatiematrix aannemelijk maakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.