ECLI:NL:RBMNE:2021:1618
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring vervolging wegens strijd met redelijke en billijke belangenafweging
De rechtbank Midden-Nederland behandelde een strafzaak tegen verdachte B.V. wegens witwassen van geldbedragen in 2007 en/of 2008, gerelateerd aan de exploitatie van een coffeeshop in Almere. Na eerdere procedures en een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd de zaak terugverwezen naar de rechtbank.
Het onderzoek ter terechtzitting vond plaats in februari, maart en april 2021. De verdediging voerde preliminaire verweren aan, waaronder overschrijding van de redelijke termijn en schending van het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging. De rechtbank constateerde een extreme overschrijding van de redelijke termijn, grotendeels toe te schrijven aan langdurige schikkingsonderhandelingen die door het Openbaar Ministerie waren geïnitieerd maar uiteindelijk zonder resultaat bleven.
De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is wegens strijd met het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging. Dit vanwege het jarenlang gedogen van de coffeeshopvoorraad, het lange tijd stil liggen van de zaak, het ontbreken van een gemotiveerde belangenafweging bij voortzetting van de vervolging en de veranderde maatschappelijke en rechtspolitieke context. De vervolging werd daarom niet voortgezet.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vervolging wegens strijd met het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging.