ECLI:NL:RBMNE:2021:1609
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als verkoopmedewerkster, viel uit vanwege psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees dit af omdat zij voor het einde van de wachttijd hersteld was gemeld, later gewijzigd naar een beoordeling dat zij slechts 5,42% arbeidsongeschikt was, onder de vereiste 35%.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij verdergaand arbeidsongeschikt is, onder meer door mentale klachten en medicatiegebruik. Zij betoogde dat haar bezwaar ten onrechte ongegrond was verklaard en dat de bezwaarprocedure niet zuiver was verlopen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de medische beoordeling zorgvuldig had uitgevoerd, gebaseerd op rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die geen aanleiding gaven voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De functies die eiseres zou kunnen vervullen zijn passend binnen haar beperkingen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Eiseres is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van een WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.