Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 maart 2021;
- een schriftelijk bescheid, inhoudende een aangifte, als bijlage opgenomen bij een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door E. van der Meulen , namens [slachtoffer 1] B.V. en [slachtoffer 2] B.V. van 30 oktober 2018, genummerd PL0900-2018312712-1, opgemaakt door de politie, doorgenummerde pagina’s 13 en 17 tot en met 23;
- een schriftelijk bescheid, inhoudende facturen, als bijlage opgenomen bij de aangifte namens [slachtoffer 1] B.V. en [slachtoffer 2] B.V., doorgenummerde pagina’s 120 tot en met 153.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 maart 2021;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 16 juli 2019, documentcode 20190605.1147.148221, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, Team Financieel-economische Criminaliteit, houdende een proces-verbaal deelonderzoek witwassen, doorgenummerde pagina’s 700 tot en met 709;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 6 december 2018, documentcode 181206.0804.AMB, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, Team Financieel-economische Criminaliteit, houdende een proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens en de daarbij gevoegde bijlagen inhoudende bankrekeningafschriften van rekening [rekeningnummer 1] op naam van [verdachte] , doorgenummerde pagina’s 469-503.
deeluit van de ‘checks & balances’ van [slachtoffer 1 en 2] . Vanuit zijn functie wist hij ook hoe hij orders en facturen op de gebruikelijke wijze kon opmaken, zodat niet zou opvallen dat de orders en facturen vals waren, en wist hij bij welke vestigingen en personen hij de orders en facturen het beste kon laten goedkeuren. Gelet hierop, kan niet worden gezegd dat [slachtoffer 1 en 2] de onjuiste voorstelling van zaken had moeten doorzien en dat er daardoor van het bewegen tot afgifte geen sprake kan zijn. Dat [slachtoffer 1 en 2] een reeds goedgekeurde leverancier niet verder heeft gecontroleerd, maakt niet dat het bestanddeel ‘bewegen tot’ niet bewezen kan worden.