ECLI:NL:RBMNE:2021:1439
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op kinderopvangtoeslag voor periode vóór aanvraag
Eiseres heeft op 12 februari 2019 kinderopvangtoeslag aangevraagd met ingang van 1 november 2018 voor haar twee kinderen. Verweerder kende de toeslag toe vanaf die datum en verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond. Eiseres stelde dat zij recht had op toeslag vanaf 1 januari 2018 omdat zij toen al gebruik maakte van buitenschoolse opvang. De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 1.3, tweede lid, onder b, van de Wet kinderopvang, toeslag slechts kan worden toegekend voor de maand van aanvraag en de drie maanden daarvoor. De aanvraag van eiseres in februari 2019 kon dus niet leiden tot toeslag voor de periode vóór november 2018.
Eiseres voerde ook persoonlijke omstandigheden aan, zoals haar scheiding en ontslag, en stelde dat het onwenselijk was om het teveel ontvangen bedrag terug te betalen. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheden niet als bijzondere omstandigheden konden worden aangemerkt die matiging van terugvordering rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep op kinderopvangtoeslag vanaf januari 2018 wordt afgewezen omdat toeslag slechts kan worden toegekend voor de maand van aanvraag en de drie maanden daarvoor.