ECLI:NL:RBMNE:2021:1412
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak en wrakingsverbod opgelegd
Verzoeker diende op 26 maart 2021 een wrakingsverzoek in tegen de wrakingskamerleden van de tweede wrakingskamer, nadat deze op 24 maart 2021 een einduitspraak had gedaan in de betreffende procedure. Omdat het wrakingsverzoek pas na deze einduitspraak werd ingediend, werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard op grond van het wrakingsprotocol van de rechtbank.
Verzoeker had ook een nadere onderbouwing ingediend op 30 maart 2021, maar ook deze werd als te laat beschouwd. Verzoeker voerde aan dat in een eerdere wrakingsprocedure een uitzondering was gemaakt, maar de wrakingskamer oordeelde dat de situatie toen anders was omdat er toen nog geen einduitspraak was gedaan.
De wrakingskamer besloot af te zien van een mondelinge behandeling vanwege de kennelijke niet-ontvankelijkheid en legde een wrakingsverbod op voor toekomstige verzoeken van verzoeker in drie gerelateerde procedures om misbruik van het wrakingsmiddel te voorkomen.
De beslissing werd genomen door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter R.C. Stijnen en leden R.M. Berendsen en D.J. van Maanen, en is onherroepelijk.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek en een wrakingsverbod is opgelegd voor toekomstige verzoeken in gerelateerde zaken.