ECLI:NL:RBMNE:2021:1357
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Eiser, die als chauffeur werkte, kreeg per 10 juni 2020 geen Ziektewetuitkering meer omdat hij volgens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weer arbeidsgeschikt was voor passende functies. Verweerder baseerde dit op medische en arbeidskundige rapportages. Eiser betwistte dit en stelde dat de medische beoordeling onzorgvuldig was en zijn beperkingen onvoldoende werden erkend.
Tijdens de zitting op 9 februari 2021 werden aanvullende medische stukken van eiser niet toegelaten omdat ze te laat waren ingediend en verweerder niet kon reageren. De rechtbank stelde vast dat de functie productiemedewerker was komen te vervallen als geschilpunt. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen hun beoordelingen zorgvuldig hadden verricht, rekening houdend met zowel psychische als fysieke beperkingen, en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing had geleverd voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank concludeerde dat eiser de functie van administratief ondersteunend medewerker, die knijpkracht vereist, wel kan uitvoeren omdat er geen medische beperkingen voor knijpkracht waren aangetoond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.