ECLI:NL:RBMNE:2021:1309

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 januari 2021
Publicatiedatum
2 april 2021
Zaaknummer
UTR - 20 _ 1646
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 11, vierde lid, aanhef en onder f, van de HuisvestingsverordeningArtikel 11, tweede lid, aanhef en onder c, van de HuisvestingsverordeningArtikel 27 van de Huisvestingsverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing urgentieaanvraag woningzoekende wegens niet voldoen aan algemene voorwaarden en geen medische urgentie

Eiseres heeft op 18 april 2019 een medische urgentieaanvraag ingediend die op 6 juni 2019 buiten behandeling is gesteld wegens ontbrekende gegevens. Na aanvulling is de aanvraag bij besluit van 23 oktober 2019 afgewezen omdat eiseres niet voldeed aan de algemene voorwaarden van de Huisvestingsverordening Almere 2019 en geen medische urgentie kon aantonen.

Eiseres betoogde dat zij en haar minderjarige kinderen hun woning moesten verlaten en dat zij niet binnen een urgentiecategorie viel, maar zich wel in een noodsituatie bevond. Tevens stelde zij dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden.

De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft gedaan om haar woonprobleem op te lossen, zoals blijkt uit haar geringe reactie op woningaanbod. Ook is geen medisch bewijs geleverd en ontbreekt een causaal verband tussen de relatiebreuk en dreigende dakloosheid. De hardheidsclausule is terecht niet toegepast omdat de situatie niet uitzonderlijk is en vergelijkbaar met andere gevallen.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen omdat er geen sprake is van een onrechtmatig besluit.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/1646

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2021 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. G.J. de Kaste),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder

(gemachtigden: mr. J.H.S. Biervliet en K. Bahora).

Procesverloop

In het besluit van 6 juni 2019 (primaire besluit I) heeft verweerder de urgentieaanvraag van eiseres buiten behandeling gesteld. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt.
In het besluit van 23 oktober 2019 (primaire besluit II) heeft verweerder de urgentieaanvraag van eiseres afgewezen. Ook hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt.
In het besluit van 12 maart 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit I en II ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft via Skype plaatsgevonden op 8 december 2020. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiseres heeft op 18 april 2019 een medische urgentie aangevraagd. De urgentieaanvraag van eiseres is op 6 juni 2019 buiten behandeling gesteld, omdat eiseres niet alle voor de aanvraag benodigde gegevens had overgelegd. Tijdens de hoorzitting, waarin het bezwaarschrift tegen het besluit tot buiten behandeling stelling van de urgentieaanvraag werd behandeld, is eiseres in de gelegenheid gesteld om stukken naar verweerder op te sturen, opdat de urgentieaanvraag alsnog in behandeling kon worden genomen. Op 15 oktober 2019 heeft eiseres aan verweerder verzocht om de urgentieaanvraag op medische gronden alsnog in behandeling te nemen.
2. Verweerder heeft de urgentieaanvraag van eiseres bij het primaire besluit II van 23 oktober 2019 afgewezen, omdat zij niet voldoet aan de algemene voorwaarden van de Huisvestingsverordening Almere 2019 (Huisvestingsverordening). Eiseres heeft er niet alles aan gedaan om het woonprobleem op te lossen. Verweerder heeft omdat eiseres niet aan de algemene voorwaarden voldoet de aanvraag ten overvloede inhoudelijk getoetst. Verweerder heeft geen urgentieverklaring aan eiseres verleend op grond van medische urgentie, omdat er geen sprake is van medische problematiek. Eiseres heeft geen verklaringen van een arts en/of medische specialist overgelegd, waaruit dat zou moeten blijken. Ook heeft eiseres niet aangetoond dat er sprake is van een causaal verband tussen de relatieverbreking en de dreigende dakloosheid van de minderjarige kinderen. Verweerder heeft de hardheidsclausule niet toegepast, omdat daartoe geen aanleiding was. De situatie was volgens verweerder niet uitzonderlijk en vergelijkbaar met veel andere gevallen die spelen binnen de gemeente [woonplaats].
3. In geschil is of verweerder de urgentieaanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Eiseres heeft ter zitting haar beroepsgronden tegen het besluit van 12 maart 2020 die betrekking hebben op de buiten behandelingstelling van de urgentieaanvraag ingetrokken.
4. Eiseres voert aan dat haar urgentieaanvraag ten onrechte is afgewezen. Volgens eiseres is er sprake van een urgente woonsituatie. Zij en haar kinderen moeten namelijk het huis van haar oom, waar zij sinds 2012 wonen, verlaten, omdat de oom het huis weer zelf wil gaan bewonen. Eiseres voert aan dat anders dan door toekenning van een urgentie niet kan worden voorzien in een geschikte woning. Eiseres heeft een verzoek gedaan om voorrang te verkrijgen bij de toewijzing van woonruimte op grond van een medische urgentie, omdat zij niet binnen een urgentiecategorie onder de Huisvestingsverordening valt maar zich wel in een noodsituatie bevindt. Tot slot voert eiseres aan dat verweerder de hardheidsclausule had moeten toepassen.
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de urgentieaanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Verweerder heeft op zitting voldoende toegelicht dat eiseres niet voldoet aan de algemene voorwaarden om voor een urgentieverklaring in aanmerking te komen, zoals vermeld in de Huisvestingsverordening. [1] In de algemene voorwaarden is neergelegd dat de woningzoekende er alles aan gedaan moet hebben om het probleem op te lossen; andere oplossing zijn niet mogelijk of zijn uitgeput. Ter zitting heeft verweerder met de registratie van Woningnet nader toegelicht dat eiseres sinds haar inschrijving van 17 oktober 2014 slechts vier keer op het woonaanbod heeft gereageerd en dat zij daarmee niet alles er aan gedaan heeft om het woonprobleem op te lossen. Daarnaast heeft eiseres ook niet naar voren gebracht of en hoe zij heeft geprobeerd om anderszins haar woonprobleem op te lossen.
6. Nu eiseres niet voldoet aan de algemene voorwaarden heeft verweerder niet aan de hand van de speciale voorwaarden, zoals neergelegd in de Huisvestingsverordening, hoeven te beoordelen of eiseres voor een urgentieverklaring in aanmerking komt. Desondanks heeft verweerder dat wel gedaan en zich in dat kader niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van medische urgentie, omdat eiseres geen medische omstandigheden heeft aangevoerd. [2] Eiseres heeft zelf ook aangegeven dat er geen sprake is van medische problematiek. Daarnaast wordt een echtscheiding, waarbij er sprake is van een rechtstreekse relatie tussen verbreking van de relatie en de dreigende dakloosheid met minderjarige kinderen, in de Huisvestingsverordening aangemerkt als een levensontwrichtende situatie. Verweerder heeft aan zijn bestreden besluit ten grondslag mogen leggen dat eiseres niet heeft aangetoond dat er sprake is van een causaal verband tussen de relatieverbreking en de dreigende dakloosheid van minderjarige kinderen, nu eiseres en haar ex-echtgenoot al in 2015 uit elkaar zijn gegaan.
7. Verweerder kan ten gunste van de woningzoekende afwijken van de Huisvestingsverordening in gevallen, waarin strikte naleving van de verordening tot onbillijkheid van overwegende aard zou leiden. [3] Er moet sprake zijn van uitzonderlijke omstandigheden die bij het vaststellen van de verordening niet zijn voorzien en gelet op het doel van de verordening redelijkerwijs toch een grond voor de verlening van een urgentieverklaring zouden kunnen zijn.
8. De rechtbank kan een beroep op de hardheidsclausule alleen terughoudend toetsen. Verweerder heeft in redelijkheid de situatie van eiseres niet als uitzonderlijk hoeven aan te merken en gelet op het voorgaande geen aanleiding hoeven zien om de hardheidsclausule toe te passen. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat in de gemeente Almere vele anderen in vergelijkbare, niet benijdenswaardige situaties verkeren die, gelet op de woning schaarste ook niet voor urgentie in aanmerking komen.
9. Het beroep is ongegrond.
10. Omdat het beroep ongegrond is en er geen sprake is van een onrechtmatig besluit komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het verzoek om schadevergoeding.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, rechter, in aanwezigheid van mr. R.P. Stehouwer, griffier. De beslissing is uitgesproken op 28 januari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 11, vierde lid, aanhef en onder f, van de Huisvestingsverordening.
2.Artikel 11, tweede lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingsverordening.
3.Artikel 27 van Pro de Huisvestingsverordening.