ECLI:NL:RBMNE:2021:116
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor ontbreken koppeling in Personenregister Kinderopvang bevestigd
Eiseres exploiteert een gastouderbureau en kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet maken van een koppeling tussen haar en gastouders met hun huisgenoten in het Personenregister Kinderopvang (PRK) voorafgaand aan de aanvang van werkzaamheden. De GGD constateerde deze overtreding tijdens een inspectie.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van de koppeling in strijd is met artikel 1.48d van de Wet Kinderopvang (Wko) en dat verweerder bevoegd was een boete op te leggen. De stelling van eiseres dat de continue screening via het PRK voldoende was en dat daardoor geen overtreding bestond, wordt verworpen. De koppeling is wettelijk vereist om signalen uit de screening effectief te kunnen afhandelen.
Verder is de boete van €7.000,- proportioneel en in lijn met de beleidsregels van de gemeente Utrecht, die het ontbreken van een koppeling als een overtreding met hoge prioriteit classificeren. De rechtbank vindt geen aanleiding om de boete te matigen of te vervangen door een waarschuwing, ook niet vanwege de korte vertraging in koppeling of het feit dat er nu automatische meldingen worden verstuurd.
Ten aanzien van een huisgenoot die volgens eiseres niet op het adres woonde, oordeelt de rechtbank dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het woonadres correct is geregistreerd en dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd om dit te betwisten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de opgelegde boete blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €7.000 wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.