ECLI:NL:RBMNE:2021:1149

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 maart 2021
Publicatiedatum
24 maart 2021
Zaaknummer
19/5246
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet waardering onroerende zaken
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van hoekwoning in Utrecht

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, die voor het belastingjaar 2019 is vastgesteld op € 226.000,-. Verweerder heeft het bezwaar van eiser eerder ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het geschil behandeld op een zitting via een Skype-verbinding.

De woning betreft een hoekwoning uit 1974 met berging en tuin. Eiser betoogt dat de waarde te hoog is vastgesteld en pleit voor een lagere waarde van € 218.000,-, onderbouwd met lagere waarderingen van referentiewoningen en het argument dat verweerder ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het afnemend grensnut. Tevens stelt eiser dat een referentieobject meer inhoud heeft dan verweerder heeft aangenomen.

De rechtbank oordeelt dat verweerder de waarde aannemelijk heeft gemaakt met een taxatiematrix gebaseerd op vergelijkingsmethode met referentiewoningen van hetzelfde type, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte. De rechtbank vindt dat verweerder zich terecht heeft gebaseerd op de Basisadministratie Gebouwen (BAG) voor de inhoudsgegevens en dat eiser dit niet met een meetkundig rapport heeft weerlegd. Het beroep op het afnemend grensnut faalt wegens onvoldoende onderbouwing. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 226.000,- wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/5246

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2021 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: C. van Abbe)
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (voorheen: de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking SWW-gemeenten), verweerder
(gemachtigde: mr. A.J. van Griethuysen).

Procesverloop

In de beschikking van 20 februari 2019 heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak aan de
[adres 1] in [woonplaats] (de woning) voor het belastingjaar 2019 vastgesteld op € 226.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2018. Verweerder heeft bij deze beschikking aan eiser als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
In de uitspraak op bezwaar van 31 oktober 2019 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift met daarin een taxatiematrix ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 februari 2021 door middel van een
Skype-beeldverbinding. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.De woning is een in 1974 gebouwde hoekwoning met berging/schuur en een tuin. Verweerder heeft de waarde van de woning vastgesteld op € 226.000,-.
2.Eiser bepleit een lagere waarde, namelijk € 218.000,-. Eiser voert in beroep aan dat de door verweerder genoemde referentiewoningen een lagere waarde onderbouwen. Eiser stelt dat verweerder ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het afnemend grensnut. Eiser stelt tot slot ter zitting dat uit de gegevens van de makelaar blijkt dat referentieobject [adres 2] veel meer inhoud heeft dan waar verweerder vanuit gaat.
3.Verweerder heeft de bewijslast om aannemelijk te maken dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met het verweerschrift en de daarin opgenomen taxatiematrix aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Uit de taxatiematrix blijkt dat de waarde van de woning is bepaald met behulp van een methode van vergelijking met referentiewoningen van hetzelfde type, waarvan marktgegevens beschikbaar zijn. Met de taxatiematrix maakt verweerder aannemelijk dat bij de waardebepaling in voldoende mate rekening is gehouden met de verschillen tussen de referentiewoningen en de woning wat betreft onder meer gebruiks- en perceeloppervlakte. Met de taxatiematrix heeft verweerder de waardeverhouding tussen de woning en de referentiewoningen inzichtelijk gemaakt.
4.Wat eiser in beroep aanvoert, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat hij niet uit gaat van de makelaarsinformatie. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich wat betreft het aantal m³ heeft mogen baseren op de informatie in de Basisadministratie Gebouwen (BAG). Eiser heeft niet met stukken, bijvoorbeeld een meetkundig rapport, onderbouwd dat deze gegevens niet juist zijn. Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het beroep op het afnemend grensnut niet omdat eiser dit met de op 21 januari 2021 overgelegde berekening niet heeft onderbouwd. De beroepsgronden van eiser slagen niet.
5.Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep is ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 maart 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
De rechter is verhinderd om
deze uitspraak te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag waarop de uitspraak is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat