Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
- een paar schoenen (zwart);
- jas (zwart, Lacoste);
- bivakmuts (zwart);
- spijkerbroek (blauw);
- jas;
- Telefoontoestel (zwart, IPhone 4s);
- Telefoontoestel (blauw, Huawei);
- Telefoontoestel (grijs, Samsung);
- Telefoontoestel (zwart, Khocell);
- Telefoontoestel (wit, IPhone 5).
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
1 cumulatief/alternatief, 2 primair en subsidiair en 3ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
2 meer subsidiairten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
2 meer subsidiairbewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
gevangenisstraf van 3 weken;
teruggave aan verdachtevan de volgende voorwerpen:
- 2 stuks schoenen (zwart);
- Jas (zwart, Lacoste);
- Bivakmuts (zwart);
- Spijkerbroek (blauw);
- Jas;
- Telefoontoestel (zwart, IPhone 4s);
- Telefoontoestel (blauw, Huawei);
- Telefoontoestel (grijs, Samsung);
- Telefoontoestel (zwart, Khocell);
- Telefoontoestel (wit, IPhone 5).
- wijst de vordering van [slachtoffer]
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 454,69 te betalen, bestaande uit € 204,69 aan materiële schade en € 250,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 9 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.