ECLI:NL:RBMNE:2021:1112
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de door de gemeente Hilversum vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2020, vastgesteld op €187.000 naar waardepeildatum 1 januari 2019. Eiser stelde een lagere waarde van €156.000 voor, maar de gemeente handhaafde haar beschikking.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente de bewijslast heeft gedragen om aan te tonen dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De gemeente baseerde de waardering op het eigen aankoopcijfer van de woning, een voorlopig koopcontract van april 2018 met een aankoopprijs van €175.000, en verdisconteerde een aandeel in de VVE-reserve. Daarnaast werden vijf vergelijkbare panden in dezelfde straat gebruikt om het aankoopcijfer te bevestigen.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak dat het eigen aankoopcijfer rond de waardepeildatum het beste marktgegeven is. Door indexering van het aankoopbedrag en onderbouwing met andere verkoopcijfers acht de rechtbank de vastgestelde waarde van €187.000 niet te hoog. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de waardering op het eigen aankoopcijfer is gebaseerd en er dus geen identieke gevallen zijn.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €187.000 wordt ongegrond verklaard.