ECLI:NL:RBMNE:2021:1107
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht, vastgesteld op €159.000,- voor het belastingjaar 2019 met waardepeildatum 1 januari 2018.
Verweerder heeft ter onderbouwing van de vastgestelde waarde een taxatiematrix overgelegd waarin de woning is vergeleken met diverse referentiewoningen. De rechtbank acht deze methode betrouwbaar en vindt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Eiser betoogt dat de waarde van zijn woning lager moet zijn en wijst op een verkoop van een vrijwel identiek buurpand rondom de waardepeildatum. De rechtbank oordeelt echter dat deze verkoop niet representatief is omdat deze voortkwam uit een nalatenschap, de woning lang leeg stond en in matige staat verkeerde.
De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende heeft toegelicht waarom de verkoopprijs van het buurpand niet vergelijkbaar is en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €159.000,- wordt ongegrond verklaard.