Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene]geboren op [1974] te [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 25 februari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlening van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en schizofreniespectrumstoornissen.
De zorgmachtiging betrof het toedienen van medicatie, het verrichten van medische handelingen, het beperken van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. Betrokkene was het niet eens met medicatie, maar nam deze wel in. De rechtbank oordeelde dat het toedienen van vocht en voeding niet aan de orde was en dat toezicht door elektronische middelen niet passend was in deze ambulante situatie.
De rechtbank stelde vast dat gedwongen medicatie alleen kan plaatsvinden bij opname vanwege veiligheidsvereisten. Omdat opname noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen en minder bezwarende alternatieven ontbreken, werd de zorgmachtiging verleend voor zes maanden. De beschikking werd mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met opname, medicatie en bewegingsbeperking.