Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
Verdachte werd beschuldigd van medeplegen en medeplichtigheid aan valsheid in geschrifte binnen het bedrijf van haar vader, een zorginstelling die ambulante zorg leverde gefinancierd uit persoonsgebonden budgetten (PGB). De fraude zou bestaan uit het valselijk opmaken en gebruiken van verantwoordingsformulieren, facturen en lijsten levering functies voor meerdere budgethouders.
De officier van justitie stelde dat verdachte als Manager Zorg mede verantwoordelijk was voor de urenregistratie en de 'reddingsoperatie' waarbij valse lijsten werden ingediend. De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had en niet betrokken was bij het opmaken van de valse documenten, mede omdat zij sinds april 2014 als zorgverlener bij een andere organisatie werkte.
De rechtbank oordeelde dat de verantwoordingsformulieren niet door verdachte waren ondertekend en dat zij niet betrokken was bij het opmaken van de lijsten levering functies en facturen die in de tweede helft van 2014 werden opgesteld. Ook waren de maandfacturen niet vals omdat deze overeenkwamen met de zorgovereenkomsten. Gelet hierop was niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan valsheid in geschrifte wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid.