Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Beoordeling
a, niet nodig is.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan Parkinson met bijbehorende psychoses. De crisismaatregel werd oorspronkelijk op 6 februari 2020 opgelegd en het verzoek tot voortzetting werd op 10 februari 2020 mondeling behandeld.
Tijdens de zitting verklaarden betrokkene, zijn advocaat, een psychiater, een verpleegkundig specialist en een verpleegkundige. De advocaat betoogde dat het tweede verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel niet mogelijk was zonder een zorgmachtiging, die niet was aangevraagd vanwege administratieve problemen. De rechtbank erkende dat betrokkene hierdoor minder rechtsbescherming had, maar oordeelde dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht vanwege het direct dreigend ernstig nadeel.
De rechtbank stelde vast dat verplichte zorgvormen zoals medische controles, bewegingsbeperking, insluiting en opname in een accommodatie noodzakelijk waren om gevaar voor de veiligheid af te wenden. Het toedienen van vocht, voeding en medicatie werd niet toegewezen. De machtiging werd verleend voor een beperkte duur van twee weken tot en met 24 februari 2020. Het verzoek tot meer of andere zorg werd afgewezen. De beschikking werd mondeling gegeven op 10 februari 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 28 februari 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor twee weken met beperkte verplichte zorgvormen.