Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 februari 2020 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen over de bevoegdheid van verweerders vertegenwoordiger
- voor de gemeente Stichtse Vecht: door de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (BghU);
- voor de gemeente Wijdemeren: door de gemeente Hilversum;
- voor de gemeente Weesp: door de gemeente Amsterdam.
de heffingsambtenaar van de BSWWmoet overleggen. Hieruit heeft mr. [gemachtigde] kunnen afleiden dat bij de rechtbank behoefte was aan duidelijkheid over zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid, zodat hij zich hierop had kunnen voorbereiden. Anders dan mr. [gemachtigde] kennelijk wenst, is er binnen een dergelijk telefoongesprek met de griffier geen ruimte voor een uitvoerige standpuntenuitwisseling tussen hem en de rechtbank. Het beginsel van hoor en wederhoor verzet zich hier tegen. Pas op de zitting, waarbij alle partijen de mogelijkheid hebben om aanwezig te zijn en op elkaar te reageren, kan hij zijn standpunt aan de rechtbank kenbaar te maken. Bovendien is de rechtbank er niet voor om een partij van juridisch advies te dienen. Op de zitting heeft mr. [gemachtigde] niet kenbaar gemaakt dat de gemeenschappelijke regeling wel degelijk was opgeheven, terwijl hij, gelet op zijn brief van 14 februari 2020, kennelijk wel over de daartoe doorslaggevende informatie beschikte. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de bij het heropeningsverzoek gevoegde informatie al op de zitting naar voren gebracht had kunnen worden. Evenmin heeft mr. [gemachtigde] op de zitting een verzoek gedaan om in de gelegenheid te worden gesteld om deze stukken alsnog aan te leveren. Dat de besluiten tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling openbaar toegankelijk zouden zijn leidt niet tot een ander oordeel. Deze besluiten zouden slechts te vinden zijn door te gaan zoeken in openbare besluitenlijsten van de colleges, terwijl de regeling op overheid.nl nog stond vermeld als zijnde in werking. Gelet op het telefoongesprek voorafgaande aan de zitting lag het op de weg van mr. [gemachtigde] om duidelijkheid te verschaffen over zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid namens verweerder op zitting. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de directeur van de bedrijfsorganisatie en de betrokken drie colleges van burgemeester en wethouders de rechtbank in de periode van april 2019 tot en met november 2019 – ondanks uitdrukkelijk verzoek van de rechtbank hiertoe – ook niet de rechtbank op de hoogte hebben gebracht van de besluiten van de betrokken colleges van burgemeester en wethouders van 15 januari 2019 tot opheffing van gemeenschappelijke regeling.
Overwegingen over de inhoud van de zaak
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- stelt de waarde van de onroerende zaak [adres 1] in [woonplaats] vast op € 400.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2018 en bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verlaagd;
- stelt de waarde van de onroerende zaak [adres 2] vast op € 450.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2018 en bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verlaagd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiser te vergoeden.