ECLI:NL:RBMNE:2020:5876
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking subsidievaststelling wegens bewezen valsheid in geschrifte
Eiseres ontving subsidie voor een project gericht op optimalisatie van verkoopprocedures, maar verweerder trok de subsidievaststelling in nadat in strafvonnissen was vastgesteld dat de facturen die ten grondslag lagen aan de subsidie vals waren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om de subsidievaststelling terug te draaien op grond van feiten die bij de subsidievaststelling niet bekend waren, namelijk de bewezen valsheid in geschrifte van de facturen.
Eiseres voerde aan dat zij wel werkzaamheden had verricht en dat er bewijzen waren, maar de rechtbank vond deze onvoldoende en stelde vast dat de administratie en einddeclaratie onjuist waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank volgde de vaste rechtspraak dat het niet noodzakelijk is dat de strafvonnissen onherroepelijk zijn om in het bestuursrecht aannemelijk te achten dat de strafbare feiten zich hebben voorgedaan.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 24 december 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de subsidievaststelling wordt ongegrond verklaard wegens bewezen valsheid in geschrifte.