Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
- De mutatie van 25 september 2019 is geheel gelakt omdat dit deel van de registratie buiten de procedure valt volgens verweerder. De rechtbank volgt dit, omdat de aanvraag van eisers dateert van voor deze mutatie.
- De rechtbank heeft in de tussenuitspraak overwogen dat in de mutaties van 20 augustus 2019, 26 juni 2019 en 9 mei 2019 ook informatie van algemene aard was weggelakt. Door verweerder was onvoldoende gemotiveerd waarom dit de identiteit van de melder(s) zou kunnen prijsgeven en dus op grond van artikel 27, eerste lid, onder b, van de Wpg geen inzage wordt gegeven. De rechtbank stelt vast dat de algemene delen met het bestreden besluit II wel voor eisers ter inzage zijn gegeven, hiermee heeft verweerder het geconstateerde gebrek voor dit deel van de registratie hersteld.
- De rechtbank stelt vast dat voor wat betreft de mutatie van 6 mei 2019 bij twee blokken gelakte tekst is vermeld dat zowel artikel 27, lid 1 onder d, van de Wpg als artikel 25 van Pro de Wpg van toepassing is. Hoewel verweerder dit had moeten uitsplitsen, begrijpt de rechtbank dit met de toelichting in het bestreden besluit II zo dat artikel 25 van Pro de Wpg ziet op de identificerende gegevens die door de politie over anderen zijn verwerkt in die blokken tekst. Dit is een juiste toepassing van artikel 25 van Pro de Wpg. Verder is er voor eisers meer ter inzage gegeven van de mutatie dan aanvankelijk was gedaan. Voor het gedeelte dat door verweerder ook met het bestreden besluit II nog is weggelakt, anders dan de identificerende gegevens van anderen, heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat artikel 27, eerste lid, onder d, van de Wpg aan inzage door eisers in de weg staat. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat wanneer de inhoud van de melding kenbaar wordt voor eisers die herleidbaar kan zijn naar derde(n). Verweerder heeft onder die omstandigheden de bescherming van de rechten van derden zwaarder mogen wegen.
- De rechtbank stelt vast dat eisers met het bestreden besluit II inzage hebben gekregen in een gedeelte van de mutatie van 30 april 2019. Deze mutatie was eerder geheel weggelakt. Ook hier geldt dat het nog gelakte deel herleidbaar kan zijn naar de melder, verweerder heeft ook hier het belang van de bescherming van de rechten van derden zwaarder mogen wegen en inzage van de gegevens op grond van artikel 27, eerste lid, onder d, van de Wpg mogen weigeren. Verder zijn gegevens terecht weggelakt op grond van artikel 25 van Pro de Wpg, omdat dit geen gegevens zijn die eisers betreffen.
- Ook voor wat betreft de mutatie van 17 april 2019 hebben eisers met het bestreden besluit II inzage gekregen in een groter deel van de mutatie. Er is naar het oordeel van de rechtbank terecht een deel weggelakt met een beroep op artikel 25 van Pro de Wpg, eerste lid, van de Wpg.
- Voor wat betreft de mutatie van 2 mei 2019 geldt dat deze datum eerst was weggelakt en nu wel duidelijk is dat er een mutatie met deze datum in de registratie staat. Verder geldt dat hier eerst een naam was vrijgegeven, maar dat deze nu alsnog gelet op artikel 25 van Pro de Wpg is weggelakt omdat dit persoonsgegevens betreffen van een derde. Dit is een juiste toepassing van artikel 25 van Pro de Wpg.
- Tot slot zijn in deze registratie van de mutaties van 7, 8 en 9 en 12 februari 2019 met het bestreden besluit II meer delen tekst voor eiseres ter inzage gelegd dan aanvankelijk was gedaan. Verweerder heeft bij de weggelakte stukken duidelijk aangegeven of dit is weggelaten met een beroep op artikel 25, eerste lid, van de Wpg of artikel 27, eerste lid, onder d, van de Wpg. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit II voldoende heeft gemotiveerd dat voornoemde artikelen aan inzage door eisers in de weg staan.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit II ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.312,50,-;