Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van de verzoeker bij brief van 18 november 2019;
- de reactie op het wrakingsverzoek van mr. Moed van 5 december 2019.
2.Het wrakingsverzoek
fair trial. De rechter heeft dat beginsel niet toegepast. De rechter had zelf een beslissing moeten nemen over de boete. Gezien het bovenstaande heeft de verzoeker geconcludeerd dat de rechter vooringenomen en partijdig is en derhalve heeft de verzoeker de rechter gewraakt.
3.De beoordeling
zodrade feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden (artikel 8:16, eerste lid, Awb. Het verzoek is dus niet tijdig gedaan.