Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 4 december 2020;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [aangever] namens de gemeente Almere van 23 januari 2013, met bijlagen, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland.
5.BEWEZENVERKLARING
zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken;
- aanvraagformulieren loonkostensubsidie ingediend voor [bedrijf 1] BV en [bedrijf 2] BV en
- gefingeerde arbeidsovereenkomsten voor bovengenoemde bedrijven aangeleverd en
- vervolgens een verleningsbeschikking opgemaakt waarin staat dat de gemeente Almere akkoord is met de inzet van de loonkostensubsidie en
- vervolgens een e-mailbericht gestuurd naar het team Betalingen met daarin het bedrag dat uitbetaald moet worden aan [bedrijf 1] BV en [bedrijf 2] BV,
waardoor de gemeente Almere telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- wijst de vordering van gemeente Almere toe tot een bedrag van € 17.353,06;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan gemeente Almere van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis te weten 9 maart 2012 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.