ECLI:NL:RBMNE:2020:5512
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij dwangsominvordering wegens ontbreken spoedeisend belang
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht een dwangsom van €10.000,- opgelegd wegens het zonder vergunning gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen deze invordering, dat ongegrond is verklaard. Vervolgens heeft zij een voorlopige voorziening gevraagd om opschorting van de invordering.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien sprake is van onverwijlde spoed, oftewel een spoedeisend belang. Verzoekster heeft aangevoerd dat de hoogte van het bedrag dit rechtvaardigt, maar heeft dit niet onderbouwd met financiële gegevens of bewijs van een onomkeerbare situatie.
Ondanks een verzoek van de rechtbank om nadere onderbouwing, heeft verzoekster niet gereageerd. De voorzieningenrechter concludeert dat niet is aangetoond dat sprake is van een acute financiële noodsituatie of onomkeerbare situatie, waardoor het spoedeisend belang ontbreekt.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.