Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2020 in de zaak tussen
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
(gemachtigde: mr. F.A.M. Delfgaauw).
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster, de Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen (ANVR), had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een tegemoetkoming in loonkosten op grond van de Eerste tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW1.0). De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verklaarde dit bezwaar aanvankelijk ongegrond. Verzoekster ging in beroep bij de rechtbank.
Voordat de rechtbank uitspraak deed, nam verweerder op 6 november 2020 een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en een voorschot op de tegemoetkoming werd toegekend. Hierna trok verzoekster haar beroep in en vroeg zij vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht de proceskosten aan verzoekster toegekend kunnen worden. Verweerder had geen bezwaar tegen betaling van de proceskosten. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €525,- en veroordeelde verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoekster, inclusief het griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door rechter N.H.J.M. Veldman-Gielen en griffier S.C.J. van der Hoorn op 16 december 2020 te Utrecht.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van €525,- aan proceskosten aan de verzoekster.