Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Beoordeling
.
Rechtbank Midden-Nederland
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1943, wegens een psychogeriatrische aandoening (dementie). De aanvraag werd ondersteund door een medische verklaring van een specialist ouderengeneeskunde en een indicatiebesluit.
Tijdens de zitting op 7 februari 2020 waren betrokkene, zijn advocaat, casemanager, specialist ouderengeneeskunde en zijn broer aanwezig. De advocaat betoogde dat betrokkene in staat is voor zichzelf te zorgen en dat hij met hulp van zijn broer thuis kan blijven wonen. De broer en de specialist ouderengeneeskunde stelden echter dat opname noodzakelijk is vanwege het ernstig nadeel dat betrokkene ondervindt, waaronder het weigeren van medicatie en zorg, onvoldoende voeding en overbelasting van de mantelzorger.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene lijdt aan dementie die leidt tot ernstig nadeel en dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om dit te voorkomen. Minder ingrijpende maatregelen bleken onvoldoende. Betrokkene verzette zich tegen opname, maar de wettelijke criteria voor machtiging werden geacht te zijn vervuld. De machtiging werd verleend voor zes maanden, tot uiterlijk 7 augustus 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens dementie en weigering van passende zorg.